RTTI

RTTI is een manier om te toetsen welke manier van leren het beste bij jou past. Ook is RTTI een methode om te zien op welk niveau je werkt en denkt en of er voldoende vooruitgang is. Het is een instrument waarmee kan worden gekeken of jij na de theoretische leerweg het beste kunt doorstromen naar mbo of naar havo.
Ook binnen de basisberoepsgerichte en kaderberoepsgerichte leerweg wordt RTTI toegepast; daar helpt RTTI vooral om te onderzoeken welke leerstijlen het beste bij een leerling passen.

RTTI houdt in dat er tijdens schriftelijke overhoringen (SO’s) en proefwerken vier soorten vragen kunnen worden gesteld: 

R: Reproductie
Met een reproductievraag wordt getoetst of je informatie uit je hoofd kan leren en tijdens de toets weer uit je geheugen kan opschrijven of opzeggen (reproduceren). Het gaat bijvoorbeeld om rijtjes, definities of formules.
Bijvoorbeeld: Hoe reken je procenten uit?

T1: Toepassen in bekende situaties
Met een toepassingsvraag T1 wordt nagegaan of je datgene wat je geleerd hebt, kunt toepassen in een bekende situatie.
Bijvoorbeeld: Hoeveel is 25% van 200?

T2: Toepassen in nieuwe situaties
Bij een toepassingsvraag T2 wordt aan je gevraagd om datgene wat je geleerd hebt, toe te passen in een onbekende situatie.
Bijvoorbeeld: Peter krijgt € 20 uitgekeerd bij 4% rente. Wat was zijn oorspronkelijke inleg?

I: Inzicht
Bij een inzichtvraag kies je zelf de methode en de toepassing om de vraag op te lossen. Er moet bijvoorbeeld een verband worden gelegd dat niet in de les is besproken, of er moet een voorbeeld worden uitgedacht. Je voegt dus zelf iets toe aan datgene wat je geleerd hebt.
Bijvoorbeeld: Jan krijg € 275,- huurtoeslag, zijn huur bedraagt € 325,-, hij heeft een inkomen van € 1.650,-, zijn andere vaste lasten bedragen € 365,-. Hoeveel procent van zijn inkomen is vrij besteedbaar?